logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

De bewaarschool

Terug naar index artikelen

Uit jaargang 6, nr. 3, augustus 2000

Vele ouderen onder U zullen wellicht nog wel weten dat het pand Rijkestraat 36 gedurende de oorlogsjaren dienst deed als distributiekantoor en dat daarvoor de bewaarschool er was gevestigd. In de loop van de jaren bood dit pand tevens onderdak aan de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente's-Gravendeel, de Zondagsschool en de breischool van de dames Van der Vlies. Ook deed de opstal dienst als onderkomen voor de brandweer, als stempellokaal (in de jaren voor deTweede Wereldoorlog) en als verblijf van de gymnastiekvereniging.

Rijkestraat in 's-Gravendeel met de bewaarschool
De Rijkestraat omstreeks 1915.
Het witte huis rechts is de bewaarschool.

Tijdens de brand van 's-Gravendeel in 1825 is onder andere een groot deel van de bebouwing aan de beide zijden van de Rijkestraat verwoest. Na een landelijke geldinzameling en een concert in de Grote kerk te Dordrecht om gelden te verwerven pakken de bewoners van het Kildorp de herbouw van 's-Gravendeel voortvarend aan. Langs de beide Voorstraten, de Langestraat en de Rijkestraat verrijzen vele nieuwe panden, slechts een enkele keer wordt een afgebrand huis niet herbouwd en blijft dat betreffende perceel onbebouwd. Dit laatste is zo met het perceel B 535, dat blijkens de "Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel" eigendom is van Arij Hendriks Mol, die diverse percelen aan de zuidzijde van de Rijkestraat op zijn naam heeft.

In 1854 zijn de erfgenamen van Jacobus de Vlaming eigenaar van het nog onbebouwde erf, dat is gelegen tussen de Rijkestraat en de Achterdijk, maar zij besluiten dit perceel te verkopen aan Pieter Willem de Zeeuw voor een bedrag van f 245,-. Na zes jaar draagt Pieter de Zeeuw het onroerend goed over aan de gemeente 's-Gravendeel. Hiermee heeft de gemeente de mogelijkheid een nieuw gebouw te stichten ten behoeve van de langgekoesterde wens om een bewaarschool te stichten en moeten de plannen die daarvoor sinds 1858 bestonden grondig worden herzien.

Aanvankelijk gaat de gemeenteraad uit van een bestaand gebouw, dat aangepast dient te worden voor het onderwijzen van kinderen van 3, 4 en 5 jaar, omdat de huidige gemeenteschool te veel op een bewaarschool lijkt. Ook zoekt de gemeente een onderkomen voor de brei- en naaischool, want ook hieraan is een dringende behoefte. In 1859 koopt de gemeente een pand om deze school een onderkomen te bieden, alleen kost de inrichting en verbouwing van de toekomstige school plusminus f 5.000,-. De gemeente probeert voor een gedeelte van dit bedrag subsidie te krijgen. Op 2 mei 1859 ontvangt het gemeentebestuur antwoord van 'de hoofdinspecteur van den waterstaat' (belast met de beoordeling van bouwplannen van plaatselijke en landelijke overheden). Helaas plaatst de hoofdinspecteur diverse opmerkingen over de in te richten bewaarschool. Zo moeten er twee lokalen komen voor 100 leerlingen, ook de plaats van de ramen dient te worden aangepast en ook bij 'de privaten' dienen de plannen te worden aangepast. Bij het doorrekenen van het aangepaste bestek worden de kosten op plusminus f 6.000,- geraamd.

Breischool 's-Gravendeel omstreeks 1900
De breischool omstreeks 1900

Uiteindelijk besluit de gemeenteraad een andere oplossing te zoeken, aangezien deze plannen moeilijk uitvoerbaar zijn. Het erf van Pieter de Zeeuw aan de Rijkestraat biedt de gemeente de mogelijkheid een nieuw pand te bouwen en zij krijgt daar een subsidie van f 1.900,- voor van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Op 26 maart 1861 meldt het gemeentebestuur dat Bernardus Bastiaan van Iperen, timmerman te 's-Gravendeel de school mag bouwen. Ook wordt dan de eerste bewaarschoolhouderesse,Anna Barbera Hendriks, aangesteld. In december schrijft de gemeenteraad aan 'de hoofdinspecteur' dat de school is opgeleverd en dat de school begin 1862 in gebruik wordt genomen.

Het gaat de bewaarschool, waarvoor de kinderen in 1864 10 cent schoolgeld per week moeten betalen, niet voor de wind, want in december 1866 staat de ophefffing van de bewaarschool op de agenda van de gemeenteraad. De raad besluit de bewaarschoolhouderesse, mejuffrouw A B. Hendriks, slechts voor vier maanden te herbenoemen. Naast de functie van bewaarschool wordt in 1868 op verzoek van 'het departement der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen te 's-Gravendeel' de Volksbibliotheek in het gebouw ondergebracht.

De Hervormde gemeente vraagt in 1887 toestemming om de bewaarschool te gebruiken voor de wekelijks te houden Zondagsschool. In oktober van hetzelfde jaar wordt het schoolgebouw tijdelijk gesloten en krijgen de kinderen vrij in verband met een typhusepidemie. Op 8 november heropent de school haar deuren, na eerst te zijn ontsmet.

In 1894 worden de oefeningen van de vrijwillige wapenhandel in de bewaarschool gehouden tegen een vergoeding van f 1,50 per les. De vergoedingen van de bewaarschoolhouderesse en haar eerste en tweede helpster blijven terugkeren op de agenda van de gemeenteraad. Deze worden medebepaald door het aantal leerlingen en de voorkomende ziektes. Uiteindelijk zijn het de te hoge kosten per leerling, die de gemeenteraad doen besluiten de bewaarschool te sluiten. Met het vertrek van de dames Van der Vlies in december 1924 valt definitief het doek voor de bewaarschool, want per 1 januari 1925 sluit de school haar deuren. Het avondonderwijs alsmede de naai- en breischool blijven. De leidster krijgt per jaar een wedde van f 500,- en de helpsters een bedrag van f 200,- per jaar.

Distributiekantoor in 's-Gravendeel tijdens de Tweede WereldoorlogIn de crisisjaren doet het gebouw van de bewaarschool dienst als stempellokaal. Verder wordt het gebouw in deze periode gebruikt voor cursussen aan jeugdige werklozen, als onderkomen voor de gymnastiekvereniging DOS en de Burgerwacht.

In januari 1940 wordt het gemeentelijk distributiekantoor in de voormalige school aan de Rijkestraat gevestigd. Na de sluiting van dit kantoor wordt een gedeelte van de Bewaarschool gebruikt als brandweerkazerne, terwijl later de afdeling Bouw- en Woningtoezicht haar onderkomen hier vindt.

Rond 1953/1954 kerkt de Gereformeerde Gemeente in het pand Rijkestraat 36. In 1954 draagt de gemeente het perceel met de vervallen voormalige bewaarschool over aan 'De vereeniging tot instandhouding van een Christelijke Nationale School op Gereformeerde Grondslag'.

Deze vereniging besluit in de zestiger jaren het pand te slopen en het terrein te bestemmen als schoolplein. Tot op heden is hier de Christelijke Basisschool Eben Haëzer gevestigd.

P.J.P.

Bronnen: Kaartencollectie Algemeen Rijksarchief; Archief Streekmuseum Hoeksche Waard; Kadastrale leggers Gemeente's-Gravendeel; Rechterijk archief 's-Gravendeel; Notarieel Archief 's-Gravendeel; Notarieel Archief Dordrecht; Brievenboeken van de Burgemeester en Notulen Gemeenteraad 's-Gravendeel - gelezen door Will van Velsen; Privé-archief P.J.Pot.


Op weg naar het bewaarschooltje

verteld door A.B. Smaal

Je wilt iets over het bewaarschooltje weten. Ik ben er op gegaan. Ik ben nu 88, dan weet je wel wanneer ik geboren ben. Voor ik naar de lagere school ging, ging ik naar de bewaarschool. Die stond in de Rijkestraat. Die school werd geleid door twee zusters, de zusters Van der Vlies. Er waren twee lokaaltjes, waar geen stoelen in stonden, maar banken. Ja, wij zaten op banken, er stonden er een stuk of drie. Het speelgoed waar we mee konden spelen lag op de grond in het lokaal. Er was ook een buitengedeelte waar je buiten kon spelen. Maar hoe dat in zijn werk ging dat weet ik niet meer.Vroeger ging alles anders dan tegenwoordig.

De bewaarschool in 's-Gravendeel in 1923
De bewaarschool in 1923.

De straten zagen er vroeger ook heel anders uit dan tegenwoordig.Wij woonden aan de Noord Voorstraat, dus eigenlijk aan de Kreek. Om naar de bewaarschool te gaan, moest je via de Langestraat naar de Rijkestraat Je kwam langs het snoepwinkeltje van Janna Luijendijk. Langs de straten liepen toen sloten.

Nu weet ik niet meer of ik altijd zonder geleide naar school ging, maar het gebeurde op een keer dat ik samen met mijn broer Bas naar school ging. Het was winter en de sloten waren bevroren. Het water was hard genoeg, het had al een dag of drie gevroren. Op enkele plaatsen waren bijten gehakt, in opdracht van de brandweer. Die konden daar hun slangen inhangen in geval van brand. Er kwamen in onze omgeving nogal eens branden voor bij de vlasboeren en de brandweer moest te allen tijde over water kunnen beschikken, vandaar dat een aantal mensen opdracht kreeg te zorgen dat er een bijt in de sloot voor hun huis werd gehakt. Die bijten waren te herkennen, omdat het uitgehakte ijs om de rand werd gelegd. Zo was er ook een bijt bij de stap voor ons huis.

Op die koude wintermorgen gingen we op weg naar school en liepen over het ijs van de sloot in de Langestraat. Ik was ouder dan Bas en wist van de bijten en liep er dus langs, maar Bas had het niet in de gaten. Het had die nacht namelijk weer gevroren en er lag éénnachtsijs overheen. Het leek voor hem alsof er overal ijs was. Hij liep over dat eennachtsijs en zakte er prompt in. Ik naar hem toe en, klein als ik was, ging ik op mijn knieën zitten en hield hem beet. We hadden er niet eens benul van om hulp te gaan roepen.

Ik zou daar misschien heel lang hebben moeten blijven zitten als niet de dienstbode van de familie Naaktgeboren, op de hoek van de Langestraat en Rijkestraat, die in de boenloods bezig was geweest melkbussen schoon te maken, naar buiten kwam en ons zag tobben.Tenminste, tobben mag ik niet zeggen, ik hield Bas alleen maar vast zodat hij boven water uit bleef steken. Dat meisje liep naar ons toe en trok mijn broer het water uit. Dat is de eerste keer geweest dat ik niet naar kleuterschool ben geweest, maar rechtsomkeert naar huis maakte.

Werkgroep Volksverhalen