logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

De geloofsbrieven van geneesheer Jan Bossers

Terug naar index artikelen

Uit jaargang 10, nr. 1, februari 2004

In 's-Gravendeel kennen we de Doctor Bossersstraat. Die straat is vernoemd naar Dr. A.J. Bossers, die indertijd een belangrijk persoon was in 's-Gravendeel.

Hij was een uitstekend arts, evenals zijn vader Jan. De laatste mocht zich dan wel geen arts noemen, omdat hij daar geen examen voor had afgelegd, als genees-, heel- en verloskundige was hij zeer kundig. Hij was een chirurgijn, die hart had voor de mensen.

Hij voelde zich erg bij de gemeentepolitiek betrokken. In het jaar 1877 overleed het raadslid Johannes Bentum en daardoor kwam er een plaatsje in de gemeenteraad vrij. Aan geneesheer Jan Bossers werd gevraagd of hij zich kandidaat wilde stellen. Hij stemde toe. Op 28 november werd door de mannelijke inwoners van 's-Gravendeel, dat wil zeggen, door hen die op de kiezerslijst stonden, gestemd over een opvolger van dit raadslid.

Er werd niemand verkozen, want er was geen meerderheid van stemmen. Daarom moest er op 11 december van dat jaar een her­stemming plaats vinden met als resultaat dat de heer J. Bossers werd verkozen tot nieuw raadslid.

Nu kwamen de problemen. Ieder gekozen raadslid moet zijn geloofsbrieven inleveren, dat is nu zo, dat was vroeger ook zo. Onder de geloofsbrieven wordt verstaan:

  1. Een schriftelijke verklaring van de voorzitter van het hoofdstembureau, gezonden aan het verkozen lid van de gemeente­raad, met als inhoud dat hij als zodanig was benoemd, met ver­zoek te berichten of hij zijn benoeming al dan niet aanneemt.
  2. Bericht van ontvangst af te geven door de voorzitter van het hoofdstembureau dat de benoeming wordt aangenomen.

De geloofsbrief gaat vergezeld van:

  • een uittreksel uit het geboorteregister
  • een verklaring van de burgemeester, getuigende dat hij gedu­rende de laatste 12 maanden, voorafgaande aan de dag waarop hij tot lid van de raad benoemd werd, zijn woonplaats binnen de gemeente heeft gehad.
  • een door hemzelf afgegeven verklaring, waarin hij de openbare betrekkingen die hij bekleedt, vermeldt.

Er waren namelijk openbare betrekkingen die niet verenigbaar waren met het raadslidmaatschap. Volgens de wet, artikel 23 (nu 13) waren de verboden betrekkingen:

  1. minister
  2. staatssecretaris
  3. lid van de Raad van State
  4. lid van de Algemene Rekenkamer
  5. commissaris van de koning
  6. lid van Gedeputeerde Staten
  7. griffier der staten
  8. ambtenaar door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.

Volgens artikel 23 punt h moest Bossers bij het inleveren van zijn geloofsbrieven ook de lijst van openbare betrekkingen vermelden die hij bekleedde. Voor zover die betrekkingen geen ambtenaren-betrekking betrof gaf het niet.

Maar op de lijst kwam een bedrag voor van f 25,- dat hij van de gemeente ontving wegens het doen van de doodschouw. Dit betekende dat deze geneesheer een deel van zijn in­komsten ontving uit de ge­meentekas. De wet schreef voor dat "het ge­meenteraadslid­maatschap niet samen kon gaan met de betrekking van ambtenaar door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt".

Hij vervulde zo'n betrekking. Hij moest bij verdrinkingen autopsie doen en bij overlijden vaststellen of er sprake was van besmettelijke ziekte en werd daarvoor betaald.

N 554 's-Gravendeel, 12 december 1877

Aan de Hoogedelgestrenge Heeren Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

Ter voldoening aan art 16 der gemeentewet hebben wij de eer UEGA in te zenden afschrift van het proces verbaal van stem­opneming ter verkiezing van een lid van de gemeenteraad, waarbij bij herstemming is gekozen de heer Jan Bossers en zulks in plaats van wijlen de heer Johannes Bentum die met september 1881 behoorde af te treden.

Burgemeester en Wethouders van 's-Gravendeel, F.E. Vaarzon Morel

Als hij nu raadslid zou worden, zou deze aanstelling een verboden vermenging van interesse zijn.

Nee, zeiden burgemeester en wethouders van 's-Gravendeel, deze zaken zijn onverenigbaar. Hij moet een keus maken: òf doodschouw blijven doen, òf gemeenteraadslid worden. Beide zaken tegelijk is onmogelijk.

Bossers dacht na en meende dat hij er geen halszaak van hoefde te maken. Zijn collega, de arts G. Rijsdijk, zou de doodschouw voortaan met liefde van hem overnemen, dus was het geen groot probleem.

Maar toen werd er achter zijn rug om gezegd dat hij ook nog ander geld uit de staatsruif kreeg, namelijk als armendokter bij de armen van 's-Gravendeel. Daar kreeg hij een onbenullig bedrag voor. Moest hij dat belangrijke werk nou uit handen geven? Hij deed het werk zo graag.

Bossers vond dat het genezen van armen niet tot de verboden taken behoorde. Niet de gemeente betaalde hem, maar het burgerlijk armenfonds. Dus was het geen overheidsbetrekking. Zijn tegenstanders wierpen tegen dat het burgerlijk armenfonds zwaar werd gesubsidieerd door de gemeente en dat het daarom wel een overheidsbetrekking was.

Burgemeester Vaarzon Morel zat er mee in zijn maag. Zelfs binnen b en w was er hierover geen overeenstemming. Hij wilde geen ruzie, maar het lukte hem ook niet beide partijen bij elkaar te brengen. Ten einde raad vroeg hij advies aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Hij schreef de volgende brief.

's-Gravendeel, 14 dec 1877

Betreff.: Toelating raadslid.

Nu de heer J. Bossers, genees- heel- en verloskundige tot lid van de gemeenteraad is verkozen, ontstaat bij veel raadsleden het gevoelen dat gemelde verkozene niet als zoodanig mag worden toegelaten, noch zitting nemen op grond:

  1. doordat hij door het collegie is benoemd als gemeenteambte­naar, tot het verrigten der doodschouw bedoeld bij art 4 laatste alinea der wet van 10 april 1869 SB nr 65 tegen eene vaste jaarwedde van f 25, als zijnde in strijd met art 23 H der gemeentewet
     
  2. dat de beide alhier gevestigde genees-, heel- en verloskun­digen, waaronder de gekozene, zijn belast met de armenprak­tijk, met bijlevering van geneesmiddelen, die na indiening hunner jaarlijksche declaratien aan het burgerlijk armbe­stuur, hetwelk behoort onder la van art 1 der wet van 28 junij 1854 staatsblad nr 100, door dat armbestuur worden betaald, hetwelk geen andere inkomsten heeft dan de jaar­lijksche subsidie uit de gemeentekas, wier leden door de gemeente­raad worden benoemd, rekening en verantwoording van het beheer aan het gemeentebestuur schuldig is, waarop deze leverantie van geneesmiddelen wordt voldaan met gelden uit de gemeentekas, dus ongetwijfeld de geldelijke belangen der gemeente bij die van het armbestuur betrokken zijn. Boven­dien als leverancier zijn geldelijke belang zonder opzet, zelfs tegen de gemeente in zoude kunnen bevorderen, daar de steeds ingeleverde declaratien wegens gedane levering van geneesmiddelen nimmer door eenig autoriteit aan een exami­natie zijn onderworpen geworden, om reden men in dat geval bij het opmaken der declaratie dier levering daarop oplet­tend is, diensgevolge de be­doelde levering in strijd wordt geacht met de slotbepaling van art 24 der gemeentewet.

Tot voorkoming van geschil in de raad is het dat dit collegie, hetwelk ook niet eensgezind is, de vrijheid neemt UEdelAchtbare be­leefdelijk uit te nodigen met uwe zienswijze in deze bekend te mogen worden.

Gedeputeerden vergaderden over deze moeilijke materie en besloten naar b en w van 's-Gravendeel te schrijven dat een taak als armendokter, zeker op de manier waarop de heer Bossers die invulde, niet behoefde te worden gerekend onder lid H van artikel 23 der wet. Om echter toekomstige problemen te voorkomen zou hij ertoe kunnen overgaan de medicijnen door zijn collega te laten leveren.

Er stond nu niets meer in de weg om de heer Bossers tot gemeenteraadslid aan te stellen.

WvV-G

Bronnen: brievenboeken van burgemeester F.E. Vaarzon-Morel; uitgaande stukken; gemeenteraadsnotulen; informatie over geloofsbrieven van de heer D. Lodder; krantenartikelen.