logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

Het Groene Kruis

Terug naar index artikelen

 Uit jaargang 10, nr. 3, augustus 2004

Dit jaar is het precies een eeuw geleden dat het Groene Kruis, afdeling 's-Gravendeel, werd opgericht. Op vrijdag 16 september 1904 werd een eerste vergadering uitgeroepen in de herberg van Adrianus Evera aan het Oude Veer. Een voorlopig bestuur was al samengesteld: namelijk Dr. A.J. Bossers, arts, en de predikanten J. van Walsem, W.F. Kodde en W.T. van Dam.

Een intekenlijst circuleerde waarop de 's-Gravendeelse burgers zich als lid konden aanmelden. Een week later hadden zich al tachtig leden ingeschreven. De officiële oprichtingsvergadering werd gesteld op 1 oktober 1904.

Op die vergadering werden de volgende bestuursleden gekozen: ds. J. van Wal­sem, voorzitter, ds. W.T. van Dam, secreta­ris, Dr. A.J. Bossers, penningmeester, M.C. Vetten, J. Bossers en P. Barendregt, bestuursle­den. Een maand later werd de voorzitter al vervangen door dokter J. Bossers. Vader en zoon Bossers zaten dus beiden in het dagelijks bestuur.

De uit te lenen materialen (hulpmiddelen genoemd) zouden worden opgeslagen in het pand van de heer P. Barendregt Czn. aan de Strijensedijk. Die materialen werden met spoed aangeschaft.

Waarnemend magazijnmeester L. van der Wulp legde op de vergadering in oktober 1907 een lijst over waaruit bleek dat er drie jaar na de stichting aanwezig waren:

  • 3 rugstoelen
  • 1 kamergemak
  • 1 ijzeren ledikant met matras
  • 3 windkussens
  • 1 formalinelamp
  • 2 inhalatieapparaten
  • 1 zinken zitbad
  • 2 urine flesschen
  • 2 urine schuitjes
  • 4 ondersteken
  • 1 ijszak
  • 1 ruststoel met wasdoek en kussen
  • 1 irrigator met slang
  • 1 Croup-ketel
  • 1 lighal voor tuberculoselijders
  • 1 kinderledikant

De hulpmiddelen werden, naar men zei, "uitgereikt tot verzachting van het lijden der kranken."

Besloten werd dat de contributie per lid zou komen op f 0,50. Voor wie dit bezwarend was, werden er moge­lijkheden gezocht om zonder betaling toch gebruik te kunnen maken van de materialen.

Tijdens de vergadering werd er gesproken over verdrinkingsgevallen. Hoe kon het Groene Kruis levensreddend handelen? Er werd besloten dat het bestuur een "adres" naar het ge­meentebestuur van 's-Gravendeel zou sturen met het verzoek om te komen tot aanschaffing van reddingsboeien en dreggen.

Een maand later werd het volgende in de notulen vastgelegd:

"'s Maandags wordt door velen uit de omgeving van het Rijksveer de wasch op de Kil ge­spoeld, om de eenvoudige reden dat het gemakke­lijk is en dichtbij. Een Hollandsche huisvrouw houdt nu eenmaal van plassen in het ruime sop.

Het is en blijft echter zeer gevaarlijk om langs een snelstromende rivier kleeren te spoelen. Niet ten onrechte is het aanschaffen van dreg en red­dings­boei een punt van langdurige beschouwing ge­weest in de laatste vergadering van de afdeeling "Groene Kruis" en besloot men deze reddings­middelen van gemeentewege aan te vragen. Vaak gebeurt aan "'t Hoofd" een ongeluk. Zoo ook Maandag voormiddag. Het liep echter nogal goed af. De 21-jarige dochter N. van T. Baars, handelaar in steenkolen, had het ongeluk bij het ploeteren met de wasch van den balk in de Kil te vallen. Zij hield zich boven water, totdat zij door den veerman M. van Zanten uit haar gevaarlijke positie werd verlost, zoodat zij met den schrik en met een nat pak vrij kwam."

Het Groene Kruis deed goed werk en de 's-Gravendelers gingen dat steeds meer inzien, waardoor het ledental zich uitbreidde. Vijf jaar na de oprichting waren er al 188 leden.

Niet alleen het ledenaantal groeide, ook het aantal hulpartikelen. In 1909 was er een windkussen bijgekocht en kwam het aantal op vier. Eén ondersteek was al versleten en dus waren er nog drie. Nieuwe aanwinsten waren 2 stuks 2 el hospitaallinnen en een paar krukken.

Nog steeds waren alle materialen opgeborgen bij de heer P. Barendregt, die daartoe een gedeelte van zijn huis beschikbaar had gesteld. Maar toen er besloten werd een brancard aan te schaffen, werd de ruimte toch wel erg krap. Per 1 januari 1910 werd daarom omgezien naar een andere opslagplaats. De nieuwe brancard moest nog maar even wachten.

Half januari 1910 was er een geschikte bewaarplaats gevonden: een benedengedeelte van Strijensedijk B 192, niet ver van de vorige ruimte. De huurprijs was redelijk. Een bijkomend voordeel was dat de magazijnmeester L. van der Wulp op B 191 woonde.

Een paar maanden later vierde dokter J. Bossers zijn vijftigjarig ambtsjubileum. Ter gelegenheid van dat feit schonk hij een bedrag van honderd gulden als beginkapitaal voor een te stichten fonds ter verkrijging van een eigen gebouw, waarin de verplegingsartikelen van de afdeling bewaard konden worden.

Voorlopig werd er nog gebruik gemaakt van de ruimte aan de Strijensedijk. Wegens vertrek van magazijnmeester Van der Wulp werd M. Aardoom Pz. tot magazijnmeester aangesteld.

 

Aan het eind van het jaar 1910 was het zover: het bestuur van het 's-Gravendeelse Groene Kruis slaagde erin een stuk grond aan de huidige Beneden Gorsdijk te kopen, waarop een 'eigen gebouw' kon worden gebouwd. Op 21 april 1911 werd de eerste steen door dokter J. Bossers gelegd van een Groene Kruisgebouw met ruimte voor verple­gingsartikelen, met een reinigingslokaaltje en een ontsmettingskamertje. In de muur werd een fles ingemetseld, met daarin een oorkon­de.

Bijna een halve eeuw later, in 1957, bleek dat de fles was gebroken, waarschijnlijk al in 1932 tijdens het leggen van elektriciteitsleidingen, waarna er tijdens de watersnood in 1953 water in de fles kon lopen. De oorkonde moet toen weggespoeld zijn.

"Met het gebouw wint ook onze afdeeling aan macht en kan er meer kracht van haar uitgaan. Onze afdeeling ons Groene Kruis zal nu een gezonde loot zijn, die kan opwassen tot een boom in de toe­komst", sprak de heer J. Bossers bij de ingebruikneming.

Het gebouw was te klein om gebruikt te kunnen worden voor ledenvergaderingen. Die bijeenkomsten vonden nog steeds plaats in het "Recht- en Raadhuis", in de bovenzaal van Evera aan het veer. Daar werden ook informatieve vergaderingen voor leden gehouden zoals een avond met lichtbeelden in 1912 over "Bestrijding der tuberculose in het huisgezin" en een uitleg daarover door Dr. Idenburg uit Delft.

Voor cursussen werden andere lokaliteiten gevonden, zoals de consistoriekamer van de Hervormde kerk waar in 1914 kosteloos lessen werden gegeven over " kraamvrouwenverzorging en zuigelingen­verpleging", door mej. Wijaarda uit 's-Gravenhage. Deze cursusleidster kwam daarna nog menigmaal terug voor andere cursussen zoals "kinderverpleging" bestemd voor vrouwen boven de twintig jaar.

Het Groene Kruis deed veel aan educatie. Zo werd in 1916 een voordracht gehouden door Dr. A. van Raalte over "Ver­valsing van Levens­middelen", verduidelijkt door eenvoudige scheikundige proeven.

De Groene Kruisvereniging had haar inkomsten uit de contributie van de leden, maar kreeg diverse malen een donatie van verenigingen. De gemengde Zangkoren "Oefening Baart Kunst" en "Zang en Vriendschap" bijvoorbeeld verkochten op de dag van hun concoursen "Groene Kruisjes" ten bate van het Groene Kruis. De verkoop bracht in het eerste jaar f 177,- op, waarna besloten werd de kruisjes op ieder zangersfeest ter verkoop aan te bieden.

In 1920 werd er gesproken over een in de toekomst aan te stellen wijkverpleegster. De vereniging had inmiddels bijna 600 leden, maar het financiële gedeelte kwam niet rond. Ons dorp moest nog een vijftal jaren wachten .

In 1925 was het zo ver. De afdeling "Wijkverpleging" van het Groene Kruis was een feit. De contri­butie werd voor leden vastgesteld op het dubbele van de Groene Kruiscontributie, terwijl niet-leden van het Groene Kruis lid konden worden van de wijkverpleging tegen een door het bestuur vast te stellen contributie. Nu nog een wijkverpleegster.

Gelukkig kreeg de vereniging nog een jaarlijkse subsidie uit de gemeentekas van 500 gulden ter bestrijding van de kosten van de in te stellen wijkverpleging, te beginnen met het jaar 1926. Ook de kerken schonken een bijdrage, zodat er financiële draagkracht ontstond.

Op 1 april 1926 kwam mejuffrouw Appelman als eerste wijkverpleegster vanuit Dordrecht naar 's-Gravendeel. Het werd haar taak ernstige zieken te verplegen.

Dr. A.J. Bossers, die haar complimen­teerde met haar benoe­ming, sprak namens bestuur en afdeling de wens uit "dat haar werk te 's-Graven­deel zegen­rijk en van grote betekenis zou mogen zijn voor zieken en lij­denden."

De 's-Gravendelers die voor 1 juni lid werden, behoefden geen entreegeld te betalen, wie zich daarna aanmeldde, moest tien gulden entreegeld betalen voor zijn lidmaatschap kon ingaan.

Een jaar later werd er geëvalueerd. Het bleek een zeer goed besluit te zijn geweest met de wijkverpleging te beginnen. Zuster Appelman deed verslag van haar eer­ste jaar. Zij werkte in 35 gezinnen, behandelde 58 patiënten, legde 1689 bezoeken af en verleende 2 keer bij onge­lukken en 13 keer bij transport hulp. Het was dus een welbesteed jaar geweest.

Zij bleef tot 1932. In dat jaar werd zij opgevolgd door zuster Beentjes, die een bekende figuur in ons dorp werd en tot 1961 bleef.

Dokter A. de Haas, die in 1961 plaatselijk voorzitter van het Groene Kruis was, merkte bij haar afscheid op dat het Groene Kruis in 1932 wel een zeer geslaagde greep heeft gedaan met de benoeming van zuster Beentjes. "Door uw rustig optreden, goed humeur en plichtsbetrachting, hebt gij de harten van een ieder voor u gewonnen.

In 1940-1945 toen men van plan was het Groene Kruis te vervangen door een Duits gezinde instelling, gaf u te kennen voor deze instelling niet te zullen werken. In 1948 gaf u gehoor aan de roep om in Indonesië de nood en de ellende te lenigen. Een jaar lang hebt u daar uw talenten gegeven om de mens­heid te helpen. Veel werk hebt u verzet tijdens en na de watersnood."

Het entreegeld van 10 gulden bleef lang gehand­haafd. Voor nieuwe leden, die geen entreegeld betaalden (of niet konden betalen) werd een wachttijd van 2 maanden van kracht voor zij aanspraak op hulp konden maken.

Het ledental van het Groene Kruis bleef stijgen. In 1927 had de vereniging 795 leden, in 1928 waren dat er 891, waarvan 817 tevens lid waren van de wijkverpleging. Behalve bewoners van de Schenkeldijk werden ook veel inwoners van Mookhoek lid.

Veel aandacht kreeg de bestrijding van de TBC. Leden van de vereniging collecteerden voor sanatorium "Zonnestraal".

Er werden cursussen "Eerste Hulp bij Ongelukken" gegeven door D. van Rijn uit Dordrecht in een lokaal van de openbare school aan de Noord Voorstraat. In het begin ging dat nog onder de paraplu van het Groene Kruis. Later, in 1930, begon een zelfstandige EHBO-afdeling. Voortaan verzorgden de plaatselijke artsen voor het onderwijskundige gedeelte. In het begin waren dat de heren Sissingh en Vetten.

Het Groene Kruis had als doel het terugdringen van ziekten en probeerde te komen tot het stichten van fondsen voor ziekenhuisverpleging. In juli 1928 werd een vereniging voor ziekenhuisverpleging opgericht. De contributie werd in eerste instantie vastgesteld op f 0,25 per gezin per week, maar later teruggebracht op 8 cent voor personen boven 15 jaar en 1 cent voor kinderen beneden de 15 jaar. Men wilde pas een definitieve afdeling ziekenhuisverpleging oprichten als er 100 gezinnen waren aangesloten. De voorlopige vereniging had hetzelfde bestuur als het Groene Kruis, uitgebreid met de heren B. Verwijs en G. Visser.

Om aan financiën te komen werd er een bazar gehouden in de schuur van de heer P. Barendregt aan de Strijensedijk.

In 1932 werd een hoogtezon aangeschaft. Omdat er in het Groene Kruisgebouw nog geen elektriciteit was, werd het apparaat tijdelijk geplaatst in het doktershuis van dokter Sissingh.

Gelukkig werd al heel spoedig een groot deel van 's-Gravendeel van elektriciteit voorzien, zodat de hoogtezon, waar al zeven patiënten gebruik van maakten, naar het eigen gebouw kon verplaatst worden. Mevrouw M.P. Barth-de Vlaming heeft jarenlang de hoogtezon bediend. Later deed mevrouw E.P. Reedijk dat, die de bijnaam "tante Lien" kreeg. Onder de hoogtezon die zij in het begin bediende, konden twee kinderen tegelijk zitten.

 

Het eigen gebouw werd al spoedig te klein. Er werd vooral behoefte gevoeld aan een consultatiebureau voor zuigelingen, opdat de consultatie niet meer op het spreekuur bij de artsen aan huis behoefde te gebeuren.

In 1934 werd in de Groene Kruisstraat een nieuw Groene Kruisgebouw neergezet, "naar de eisen van die tijd, maar wat bekrompener dan wenselijk ge­weest ware" zoals in het Hoeksche Waardje stond. De eerste steen werd gelegd door drie kinderen: Anneke, het kleindochtertje van Dr. A.J. Bossers, Rony Sissingh en Loes de Haas.

Er was nu ruimte voor een consultatiebureau voor zuigelingen, voor hoogtezonbe­stra­ling en voor vergaderingen. Er was behalve woonruimte voor de zuster ook een conciërgewoning, waar de heer en mevrouw De Geus hun intrek namen.

Er waren verregaande plannen om in het gebouw een dagverblijf voor tbc-patiënten in te richten, met lighal in de tuin. Dit is niet gelukt vanwege de slechte financiële omstandigheden in de crisisjaren.

Het gebouw voldeed in een behoefte. Voortaan konden hier de kosteloze inentingen en herinentingen plaats vinden.

De vereniging Het Groene Kruis gaf nog steeds cursussen. Een moedercursus werd eraan toegevoegd, naast de lessen zuigelingen- en kleuterverzorging.

Ook het gebouw aan de Groene Kruisstraat werd te klein. Geld voor uitbreiding was er niet.

Na de watersnood werd er door diverse landen geld gegeven voor een groter gebouw. Er werd geld voor gegeven door het Italiaanse Rode Kruis (f 35.000) en het Rode Kruis van Oostenrijk.

C.J. Barth, 's-Gravendeels architect, ontwierp het gebouw. De kosten zouden ongeveer f 120.000 bedragen. De plaats van het nieuw te bouwen medisch centrum werd de Beatrixstraat.

De gunning werd verleend aan: Metselwerk L. de Vlaming, timmerwerk fa. Van Hees en Co, loodgieterswerk C. Koster, schilderwerk A. van der Wulp, elektriciteit A. Barth, smidswerk C. Quirijns.

In 1957 was het gebouw klaar. Het oude gebouw werd door de christelijke schoolvereniging gekocht en gebruikt als dependance van de christelijke school. Op dinsdag 12 november 1957 werd het nieuwe wijkgebouw officieel in gebruik genomen.

Voor het eerst werd een heel scala aan activiteiten begonnen. Er was nu immers ruimte voor. Behalve een zuigelingenbureau werd er ook een kleuterbureau geopend. De hoogtezonafdeling werd een solarium waar twaalf tot vijftien kinderen tegelijk van de infrarode stralen konden profiteren. De ruime hal gaf mogelijkheden tot het geven van cursussen: EHBO, moeder- en zuigelingenzorgcursussen.

Er werd zwangerschapsgymnastiek gegeven, heilgym­nastiek en de eerste fysiotherapie. Een diëtiste hield er spreekuur. Er is zelfs kookles door de diëtiste gegeven. Er werden de nodige inentingen gegeven, maar ook, in 1969, een vaccin tegen polio toegediend (Sabin) via een suikerklontje, toen een polio-epidemie was uitgebroken.

In dat gebouw werd ook een trombosedienst gevestigd. In 1961 werd zuster Mensonides wijkzuster in plaats van zuster Beentjes.

De laatste wijkverpleegster was zuster An Vos, die de opvolgster was van zuster N. van Voorthuizen. Zuster Vos is een welbekende 's-Gravendeler geworden. Zij heeft de tijd van zuster Beentjes overtroffen, zij was namelijk 30 jaar in de 's-Gravendeelse wijkverpleging werkzaam.

De afdeling 's-Gravendeel van het Groene Kruis bestaat niet meer. Zij is opgegaan in de samenwerkende kruisverenigingen in de Hoeksche Waard en nog weer later in een groter verband: de Zuid-Hollandse Eilanden.

Twee voormalige Groene Kruisgebouwen bestaan nog, zij het met een andere bestemming. Het derde (en laatste) is in 2003 afgebroken. Thans is daar een rijtje woonhuizen neergezet.

WvV-G

Bronnen: Nieuwsblad gewijd aan de belangen van de Hoeksche Waard en IJselmonde; informatie van de dames R. Pegels en A. Vos; gemeentearchief van 's-Gravendeel.