logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

Rederij Thor

Terug naar index artikelen

Uit jaargang 9, nr. 2, juni 2003

De naam Thor komt uit de Noorse mythologie. Het is daarin de naam van de god van de donder. In de Germaanse mythologie heet hij Donar, waarvan ons woord donderdag is afgeleid.

Er is ook een lezing dat de letters THOR zouden staan voor : "Tot Heil Onzer Reederij". Maar ja, volgens sommigen betekent de naam RENAULT: "Roest En Narigheid Achtervolgen U Lange Tijd". Misschien moeten we het in die sfeer zoeken. De laatste directeur, A.W. Pot, liet in ieder geval een ex-libris maken met een afbeelding van de god Thor. Daarin gesteund denk ik, dat we het bij de eerste versie moeten houden.

De Rederij Thor werd in de tweede helft van de negentiende eeuw opgericht door Arie Smit uit Slikkerveer. Arie Smit was er een uit de roemrijke dynastie van "de Smitten van Kinderdijk", het omstreeks het midden van de zeventiende eeuw gegrondveste geslacht van scheepsbouwers. Bekende namen zijn: Fop, Arie en Jan Smit, krachtige, ondernemende en doortastende mannen.

De Fops, Aries en Jans duidde men aan met cijfers, om niet in de war te raken. Arie Smit werd aangeduid als Arie V. Zijn grootvader was Fop Smit, een zeer bekende scheepsbouwer. Arie Smit is vooral bekend door de oprichting van de Koninklijke Maatschappij "De Schelde" te Vlissingen. De Rederij Thor ging later, door vererving, over naar de familie Pot, eveneens uit Slikkerveer. De laatste directeur was A.W. Pot.

De Rederij Thor onderhield bootdiensten van Rotterdam op ondermeer Dordrecht, Willemstad, Geertruidenberg en Waalwijk. Op deze lijnen deed men, en passant, allerlei grote en kleine plaatsen aan en zodoende was de Thor een belangrijke factor in het verkeer tussen de Zuid-Hollandse eilanden onderling, Zeeland en Brabant.

In 1878 bijvoorbeeld kreeg Rederij Thor vergunning van de Provincie, om een stoombootdienst tussen Puttershoek en Westmaas te beginnen.

Onderweg had men ook in de dorpen die men bediende veelal een agent/bezorger, die wervend optrad en zorgde dat de vracht op de juiste plek kwam. Men vervoerde niet alleen personen en vracht, maar ook het veevervoer was erg belangrijk. Het transport vond plaats met kleine schroefstoomboten van ongeveer 20 meter lengte. Deze schepen werden later voorzien van een dieselmotor.

Eind jaren dertig, 1936/1937, kwamen er vrachtauto's in dienst en werd de onderneming meer en meer een bodedienst. In 1965 werd de autodienst Thor verkocht aan de firma Bernaars uit Bergen op Zoom en ging in deze zaak op.

Bij 's-Gravendeel had de Thor een eigen aanlegsteiger ten zuiden van het Oude Veer, bij het café Schrier, dus in de richting van De Wacht. Deze eenvoudige steiger, rustend op een ponton (eb en vloed) lag vlak bij het huis van Arie Rijerkerk, die meer dan dertig jaar agent/bezorger was voor de Thor. Zijn woonhuis had naar de Kil toe een erkerachtige bouw; zodoende had men uitzicht naar alle kanten. Ook zijn bakkerij was hier gevestigd.

Hij regelde de aan- en afvoer van de goederen en het vee, maar bracht ook wel passagiers voor de boot naar Zierikzee met zijn roeiboot halverwege de Kil. Daar stapte men dan over op de grotere boot. Aanzetten en afhalen van een voorbijvarende stoomboot met een roeiboot moest met twee man gebeuren (reglement van de Provincie 1845).

Doordat de agent van de Thor aanwezig moest zijn als de Thorboten aanlegden, gaf de bezetting van de roeiboot met twee man op die momenten problemen. Derhalve schreef de burgemeester in 1902 een brief aan de Provincie, met het verzoek of in die gevallen het afhalen en aanzetten met één persoon mocht gebeuren. Hij wees erop, dat de betreffende persoon, als knecht, al enkele jaren in dienst was en zeer vertrouwd was met dit werk.

Ook op de Wacht had men een aanlegsteiger en een agent van de Thor: A. Wildschut, wonende op C17. Opa Rijkhoek ging op maandag naar de vlasbeurs te Rotterdam met de Thor vanaf de Wacht. Hij liep daar naar toe, met een monstersteen in een schoon gewassen baal, om in Rotterdam de eventuele kopers het vlas te kunnen tonen.

Op de dienst naar 's-Gravendeel voer de Thor X en de bemanning bestond uitsluitend uit mensen die hier woonden. Een bekende kapitein was L. Blanken, gestorven in 1911.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bestond de bemanning uit:
J. Udo (1881) kapitein, Bevershoek 53,
W. Barendregt (1883) machinist, Gorsdijk 133,
A. van Utrecht (1875) conducteur, wonende aan de Boven Havendijk 120.

In Dordrecht, na eerst nog even een stop in Wieldrecht, legde de Thor aan op twee plaatsen: de Hooikade (eerst was dat de Kalkhaven) en het Groothoofd. De meeste mensen stapten uit aan de Hooikade, vandaar bereikte je gemakkelijk de school of de winkels. Overigens legde de Thor ook aan te Zwijndrecht.

De passagiers uit 's-Gravendeel met bestemming Dordrecht bestonden voornamelijk uit oudere mensen en schooljongens. In de kajuit beneden zaten op sommige momenten wel dertig jongens. De conducteur, die in de deuropening ging staan, moest maar zien dat hij het spulletje gedurende een half uur rustig hield.

Bij mistig weer ging de bemanning voorop staan om te zien of er iets aankwam. Het is gebeurd, eind jaren dertig, dat er bij de Zeehaven langdurig gemanoeuvreerd werd met grote schepen, terwijl men geen hand voor ogen zag. De kapitein van de Thor vertrouwde het niet en heeft zijn klanten toen maar aan de Wieldrechtse Zeedijk aan wal gezet. Verder kon men dan lopen of fietsen.
Op school had je toen natuurlijk een geweldig excuus om te laat te komen.

Jan Rijkhoek (Den Haag)

Bron: NRC 30.04.1935; archief Adriaan O. Pot.