logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

Wandeling door oud-'s-Gravendeel 22 september 2001

Terug naar index artikelen

Uit jaargang 8, nr. 1, februari 2002

Het zag er zorglijk uit om een uur of één. Het regende en de lucht was bewolkt. Maar zie daar, om half twee was de lucht opgeklaard en kon de "historische wandeling" beginnen.

Er waren ongeveer 60 deelnemers, die zich splitsten in drie groepen. De eerste groep ging onder leiding van Joop Schouwenburg naar de smidse van Pleun Sint Nicolaas, de tweede ging onder leiding van Peter Pot en Kees den Boer een rondje lopen langs de panden van de Langestraat, Rijkestraat en de Achterdijk en de derde groep bezocht de Eben-Haëzerschool, waar Will van Velsen een paar verhalen vertelde over het verleden van de school. De groepen wisselden steeds zodat iedere groep alle drie onderdelen kon bijwonen.

In de smidse maakte de voormalige smid Pleun Sint Nicolaas eerst het vuur aan. Vroeger moest dat brandend worden gehouden met behulp van de blaasbalg. Toen er elektriciteit kwam, kwam er een elektrische installatie, maar de ouderwetse blaasbalg werd weer tevoorschijn gehaald in de oorlog, toen er geen elektriciteit meer werd geleverd. Voor het vuur werden kleine vette kolen gebruikt.

De smidse is niet groot, maar bergt een grote hoeveelheid aan materiaal. Niet zonder trots vertelde Pleun dat zijn vader en hij al de gereedschappen die we daar zagen zelf hadden gemaakt. Het is niet voor te stellen wat voor een prachtige gereedschappen daar hangen. Alles is er nog, van de tangen voor de kleine pinnetjes tot de tangen voor de lange buizen.

Vóór het gebouw is nog een ronde steen te zien. Pleun legde uit dat die steen weggehaald werd als er een ijzeren band om een wagenwiel gelegd moest worden. Het wiel paste precies in het gat. Eerst werd de breedte van het wiel bepaald, waarna een ijzeren band, die een halve cm breder was dan het wiel, werd afgemeten (met behulp van een schijf) iets korter dan de omtrek van het wiel. Dan werd de band gloeiend gemaakt en er stevig omgelegd. Als de band afkoelde, en dus kromp, zat hij muurvast. Dat de rand breder was dan het wiel was een slimmigheidje, want als het wiel tegen een stoeprand of een verhoging schuurde, dan sleet het hout van het wiel niet zo snel.
De smid hield altijd een emmer water bij de hand om het ijzer af te koelen en ook om te zorgen dat het hout niet in de fik ging (Smid Barth aan de Noord Voorstraat haalde het water altijd uit de Kreek).

In de smidse hangen een heleboel hoefijzers, in alle soorten en maten. Aanvankelijk maakten de Sint Nicolazen de hoefijzers zelf, later kwamen ze kant en klaar in verschillende maten van de fabriek. Om te tonen dat een paard geen pijn heeft als hij wordt beslagen, toonde Sint Nicolaas een echte hoef, die zoals we zagen, bestond uit een grote nagel.

Een paard van een bakker of melkboer, dat altijd op een verharde weg liep, moest iedere veertien dagen worden beslagen, een paard dat minder op straat kwam, kon met eenmaal per drie maanden toe. Voor- en achterhoeven zijn verschillend bij de paarden.
In de winter werden de paarden op scherp gezet. Dan werden er stalen pinnen in de gaten van het hoefijzer geschroefd. Het paard gleed daardoor minder snel uit als hij wagen of arreslee trok.

Sint Nicolaas maakte ook kachelpijpen, waarvoor materialen en apparaten nog beschikbaar zijn. Zijn vader verkocht kachels en op de zolder zijn nog onderdelen van die oude kachels te vinden, waaronder platen mica. De kachelpijpen die door de smid werden gemaakt waren niet te vergelijken met de pijpen die later van de fabriek kwamen. De laatste waren altijd zwart geverfd, die van de smid waren gevlamd. De smid stelde er een eer in om prachtig gevlamde pijpen af te leveren. Hij genoot van het ronddraaien in het vuur, waardoor die mooie kleuren ontstonden.

 

Sint Nicolaas had al laten zien welk mooi gereedschap hij voor zichzelf had gemaakt. Maar hij maakte op bestelling ook allerlei gereedschap voor arbeiders. Vroeger was het de gewoonte dat een arbeider die zich bij een boer verhuurde, zelf zijn gereedschap meebracht. Sint Nicolaas maakte niet alleen de bestelde gereedschappen, hij voorzag ze ook van de initialen van de besteller. Daartoe had hij eerst een heel alfabet plus alle 10 cijfers in spiegelbeeld gemaakt. Zo kon hij de initialen van de eigenaar keurig in de bestelde hark en andere materialen persen. Om van te voren na te gaan of een letter goed werd, probeerde hij die eerst in de balk van de paardenstal uit. Vandaar dat je daar nog een heel scala aan initialen aantreft.

Sint Nicolaas vertelde ook dat er tussen het aambeeld en de betonnen voet een matje van touw zit. Hij liet het zien door het aambeeld opzij te schuiven. Dat matje is bedoeld om een heldere klank te krijgen als er op het aambeeld geslagen wordt. Het slaan van een staaf ijzer gebeurt meestal met z'n tweeën. De één houdt de staaf vast en de ander geeft met de hamer een slag. Dan slaat de eerste weer. Samen bereiken ze een prachtig ritme, dat niet verstoord mag worden, anders vallen er gewonden. Dit heet voorslaan.
De voormalige smid legde nog uit wat een praam op je neus zetten betekent: een wat wild paard mak maken door een neusknijper of prangijzer erop te zetten. De praam is een houtje met een lus eraan dat bij lastige paarden, meestal om de bovenlip die het meest gevoelig is, wordt aangelegd en aangedraaid.

Tijdens de wandeling in de Langestraat, werden we gewezen op het bakhuisje dat in de tuin van mevrouw Reedijk staat.
Peter Pot vertelde bij de bakkerij van Van Nugteren, dat er tot nu toe altijd bakkers en slagers in die familie voorkwamen, maar dat deze trits eind 2001 eindigt, als bakker Van Nugteren met zijn bakkerij stopt.

In het huis waar nu de eigenaar van Reisbureau Bonaventura, de heer Van den Engel, woont, woonde destijds slager Van Nugteren.
De voormalige boerderij recht voor de Rijkestraat valt onder "Monumentenzorg", omdat dit een van de oudste panden van het dorp is. Vroeger woonde er J.P. Naaktgeboren, die de bijnaam had van "nieuwe boer". Daarna woonde zijn zoon in het pand, later W. de Zeeuw en nu woont er een arts.

In de Rijkestraat staat ook nog een bakhuisje, namelijk op het erf van mevrouw T.Kooij-Roos. Dat mochten we bekijken. Ook de plaats op het achtererf waar lang geleden de buurtsloot liep. De Rijkestraat is, zeker voor vroeger, een heel brede straat. Toch herinnert niemand zich dat er ooit een sloot heeft gelegen. De sloot moet achter de huizen langs hebben gelegen.

Het huis met huisnummer 28 valt ook onder monumentenzorg. Aan de kleine ijsselstenen is de ouderdom af te lezen, ook door de dwars ingemetselde stenen in de zijgevel.

We werden er door Kees den Boer op gewezen dat op het dak van zijn huis aan de ene kant rode pannen liggen en aan de andere kant blauwe. Dat had te maken met de eenheid van kleur, want zijn huis ligt op de scheidslijn van de rode en blauwe dakpannen.

Waar Wim den Boer zijn bloemen en planten verkoopt, was vroeger het pakhuis van de gebroeders Bert en Pieter Jan Visser. Vanuit dat pakhuis werd koolzaad geëxporteerd.

Aan de Achterdijk, waar nu Arie Hartman woont, was vroeger een fietsenwinkel. Vandaar dat er nu nog fietsjes op de voorgevel staan.

Aan de Achterdijk staat verder een huis met een leeuw op het dak. Waarschijnlijk is die afkomstig van een hek van een boerderij. Aan de rechterzijde, gerekend vanaf de Rijkestraat, stonden vroeger minder huizen dan nu.

De rondleiding door de Eben-Haëzerschool begon bij het mozaïek van de ooievaar, dat aan de wand van de hal is bevestigd en afkomstig is van de stenen aan de voormalige voorgevel, waar de naam "Chr. Nat. school op Geref. grondslag" stond.
De school heeft heel wat meegemaakt. De verhalen erover zullen te zijner tijd in dit blad verschijnen. De school oogt vrij modern en dat is mede te danken aan de gekleurde vlakken op de wanden, naar een ontwerp van Gonny Uitterlinden.

Daarna werd als grote groep de wandeling voortgezet.

Peter Pot vertelde in de Frisostraat over de voormalige stoommaalderij "De Landbouw" die daar gestaan heeft.

Daarna werd stilgestaan bij de boerderij van Den Hartog aan het Weegje, waarover al in 1713 bericht werd. De toenmalige bewoners waren Paulus Geervliet en familie. Later kwam de familie Van Prooijen er wonen, tot Willem den Hartog zich er in 1874 vestigde. Het pand is in 1932 gedeeltelijk afgebrand, waarna het is herbouwd, met dien verstande dat het gebouw vóór de brand twee gevelpunten had en na de brand één.
Van Willem den Hartog was bekend dat, toen hij gekozen werd tot diaken, hij ging oefenen in het hengel-collecteren met een hooivork bij de koeien.

We trokken verder en vanaf het pad van de Alexanderstraat vertelde Arie Pieters over de hoogstamboomgaard die zich aan de andere zijde van het hek bevindt, één van de twee in 's-Gravendeel, met als belangrijkste boom een oude perenboom van voor 1840. Deze eeuwenoude boom, die nog steeds vrucht geeft, is dus in goede conditie. De boomgaard is daarnaast een onderzoekgebied van Hoeksche Waards Landschap op gebied van de vogels. Er zijn 30 à 40 vogelsoorten gezien, van de merel tot de staartmees. Het gebied, dat nu vol plassen lag omdat de afwatering niet helemaal in orde was, wordt nu wel 'de groene oase' genoemd.
De eigenaar Jan Visser, die op 26 april 2001 overleden is, verkocht fruit en melk aan de deur.

Via de Julianaboom in de Van Groningenstraat, een esdoorn, liepen we naar de Biesband, waar we nog heerlijk konden uitrusten met koffie en koek en .... napraten.

WvV-G

Met dank aan Joop Schouwenburg en Anneke Mol