logo 's-Gravendeel

Digitaal dorp
's-Gravendeel

Alles over 's-Gravendeel...

Winters uit vroegere tijden

Terug naar index artikelen

Uit jaargang 7, nr. 1, februari 2001

De winters uit vroegere jaren in de tijd dat de rivier "De Dordtse Kil" vastvroor tot één ijsveld, zijn voorgoed verleden tijd.

Wat een tijd was dat! Als met de vloed komende vanaf "Het Hollandsch Diep" veel drijfijs werd aangevoerd, was dit vanaf de Kildijk een fascinerend schouwspel. We zagen dan het ijs over elkander opkruien, totdat het vastliep tot één gesloten massa.

Voor de scheepvaart was er geen doorkomen meer aan, en ook het pontveer werd veelal uit de vaart genomen. In plaats daarvan werd er voor fietsers en voetgangers een sleepboot ingezet.

Zo'n overtocht was met vriezend weer een koude belevenis. Je stond zonder beschutting op een open boot, terwijl een felle koude oostenwind in je nek blies. Het weer aanmeren van de boot was ook niet altijd even gemakkelijk. Je moest maar gelaten wachten tot het je beurt was de boot te verlaten.

Later kwamen er in winters met veel ijs in de rivier schepen die op eigen kracht voeren. Deze schepen werden in die tijd "Hardlopers" genoemd en bij niet te zwaar ijs waren er die langzaamaan, op eigen kracht een vaargeul maakten, totdat het ijs te zwaar werd en ook deze boten uitvielen in de vaart.

De zéér strenge winter van het jaar 1929 bracht zo'n grote koude, dat er op meerdere plaatsen ijsvelden ontstonden, waar je op de schaats een baantje kon maken. Zo was er ook voor de Bevershoek-dijk een groot stuk vlak ijs gevroren, waar men vrijuit kon schaatsen. Er was hier zelfs nog een tent op het ijs geplaatst, waar men, om de grote koude tegen te gaan, een warme punch kon drinken.

Van het veerbedrijf uit had men een looppad gemaakt, dat bestrooid werd met gruis, zodat het voor de voetgangers gemakkelijker werd gemaakt om over de rivier te komen.

Schepen in de dichtgevroren Kil bij 's-GravendeelOp zondag 3 maart 1929 verscheen er onverwachts hoog bezoek aan de Wieldrechtste kant. Te weten Hare Majesteit Koningin Wilhelmina met haar dochter prinses Juliana.

Dit hoge bezoek wilde ook gebruik maken van het aangelegde pad om over te lopen naar de 's-Gravendeelse kant, vandaar dat één van de dienstdoende veermannen Hare Majesteit op de schouder tikte en haar opmerkzaam maakte op het kopen van een kaartje... Daar het bezoek van onze vorstin niet voortijdig was aangekondigd, konden zulke dingen gebeuren!

Het hoge bezoek was door het zien van de grote ijsmassa klaarblijkelijk zo bevangen geweest, dat het gezelschap zes dagen later wéér aanwezig was om het vele ijs in de rivier nog eens te bezichtigen.

Van dit bezoek stamt de anekdote dat een oude timmerman aan Wieldrechtse kant vanuit zijn werkplaats met zijn duimstok tegen het raam tikte en luid riep: "Kom binnen staan meiden...!" Of deze laatste aardige anekdote wel echt op waarheid berust, daar zullen wel twijfels over bestaan.

In zo'n lange, ijzige winter was het voor de watervogels, die in vele soorten in grote aantallen aanwezig waren, moeilijk te overleven.
Als de winter zijn einde naderde en de dooi zijn intrede deed, was dit voor mens en dier een verademing.

Als dan van de benedenrivier uit de ijsbrekers met afgaand water hun werk gingen verrichten vanaf de richting "Het Hollandsch Diep", stonden de mensen, diep in hun kragen gehuld, af te wachten en dit schouwspel gade te slaan, tot de boten voor 's-Gravendeel waren doorgebroken.
Bij het opnieuw opstoken van de vuren met zware steenkool, gaf dit een zwarte rookmassa, die hoog in de lucht tot niets uiteenwaaierde in de wijde, ijle ruimte boven de rivier.

De ijsbrekers Siberië en Spitsbergen waren in die tijd de meest bekende op de rivier "De Kil". Bij het breken van zwaar ijs moest telkens een steeds volgende aanloop gemaakt worden om weer enkele meters verder te komen in de moeilijk te verwerken ijsmassa.

Ook de boten "Christiaan Brunings" en "De Jan Blanken" werden als ijsbrekers ingezet; dit waren ook allebei stoomschepen en eigendom van Rijkswaterstaat.

Aan het einde van de winter kwam er bij de vloed nog lang ijs terugdrijven in het water van de Kil, totdat de dooi zo krachtig werd, dat het ijs langzaamaan als sneeuw voor de zon verdween.

Dirk Stooker